Voordracht over ‘Autisme en het lichaam’.
Aan het begin van het nieuwe schooljaar organiseert het Revalidatiecentrum voor kinderen met leer- en
gedragsmoeilijkheden, waar ik tewerkgesteld ben (in Molenbeek, hartje Brussel), een studiedag voor de therapeuten.
Doel is enerzijds om, van binnenuit, de therapeuten zelf aan het woord te laten over hun werk en onderzoek en van mekaar te leren, anderzijds om eens goed door te kunnen discussiëren over thema’s, waar tijdens het schooljaar spijtig genoeg weinig tijd voor is.
Het therapeutisch team (+/- 30 personen) bestaat heel wat logopedisten, enkele ergotherapeuten, sociaal assistenten, pedagogen, psychologen, een zeer ervaren neuropsychologe en wordt geleid door Dr. Naulaerts, neuropsychiater en medisch directeur, en Jorn Jehaes, directeur.
Voor het vierde jaar op rij had de directeur mij gevraagd om een voordracht te geven. Hijzelf is zeer geïnteresseerd in het belang en de aanpak van het lichaam in de begeleiding van de kinderen met leer- en gedragsmoeilijkheden en geeft mij, als vertegenwoordiger voor het lichaam, telkens spreektijd. Deze keer vroeg hij me te praten over het lichaam en autisme.
In 2006 behaalde ik een predoctoraat aan de Universidade Moderna in Lissabon, met een studie over ‘Het gevoelige lichaam en autisme: voorstellen voor een therapeutische begeleiding van het autistische kind met de principe van de perceptieve psychopedagogie’. In die periode was ik helemaal ondergedompeld in dit thema: ik behandelde veel autistische kinderen (in alle gradaties, van diep autistische kindjes tot contactgestoorde kinderen (autismespectrum)) in de praktijk, verslond zowat al wat gepubliceerd werd (artikels/boeken) over autisme en nam deel aan een studie/werkgroep rond autisme.
Sindsdien ben ik er een beetje uitgegroeid. Hoewel ik in de praktijk nog wel met enkele autistische kinderen werk, heb ik, door omstandigheden, het thema wat losgelaten. De voorbereiding van deze studiedag was dus een beetje gaan teruggraven in mijn eigen geheugen en archief. Ik heb 2 dagen lang veel gelezen om mij weer helemaal in het thema in te lezen leven. Verder heb ik, gezien ik intussen veel meer sessies film, filmpjes geknipt en in een powerpoint gegoten. Ik zal in verdere posts zeker terugkomen op het autisme en mijn onderzoek.
De directeur opende de studiedag met de visie van ons centrum op multidisciplinaire revalidatie uiteen te zetten in zijn voordracht : “Waar zijn we mee bezig? ”. Dr. Naulaerts lokte vervolgens een geanimeerde discussie uit door een paar stellingen mbt. tot de veranderende patiëntenpopulatie van het centrum in de groep te gooien. Daar waar we vroeger voornamelijk Nederlandstalige leergestoorde kinderen over de vloer kregen, worden we meer en meer overspoeld met allochtone kinderen die leermoeilijkheden hebben door een gebrekkige kennis van de Nederlandse taal. Thuis wordt Arabisch en Frans gesproken, met vriendjes op de speelplaats ook Frans. Enkel in de klas horen en spreken de kinderen Nederlands. Soms is het daarenboven moeilijk om de ouders te betrekken bij de revalidatie. Je kan natuurlijk het nut van 2 jaar revalidatie in vraag stellen, wanneer het kind buiten de therapiesessies weinig ondersteuning krijgt en geen oefengelegenheid heeft. Anderzijds kan je deze kinderen toch niet aan hun lot overlaten?
In de namiddag gaf Wouter Mareels, psychanalytisch geschoold psycholooog, een lezing over de aanpak bij (zwaar) gedragsgestoorde kinderen en Mevr. Peirs-Lueken, een neuropsychologe met wie ik ook in het privékabinet graag samenwerk, een lezing over de hersenen en taal- en gedragsstoornissen.
De studiedag van vandaag was zeer verrijkend en geeft veel stof tot nadenken en verdere discussie. Het zal ongetwijfeld weer een boeiend revalidatiejaar worden…





