Vraag van leerkracht: Linksgericht?

Vorige maand verscheen onderstaand bericht op het forum van de website van de VKOH.  

Hallo allemaal, 

Ik ben leerkracht van het derde en vierde leerjaar. Bij één van mijn kinderen van het vierde is een mentale linksgerichtheid vastgesteld. Hij heeft vooral problemen met schrijfmotoriek en spelling. Omdat ik als leerkracht altijd het beste voor heb met mijn leerlingen ben ik nu op zoek naar meer informatie en ondersteuning. Ik kan met hem een lesuurtje in de week vrij individueel werken. Zijn er dingen die ik met hem kan doen in de klas om hem te helpen? Laat het me dan aub weten. Groetjes, 

een bezorgde juf

Aangezien er tot vandaag nog geen reactie op gekomen is, zal ik proberen via mijn blog te antwoorden.  In de vraag van de bezorgde juf zitten meerdere andere vragen verborgen:

Wat betekent ‘linksgerichtheid?’
Wat is de relatie tussen linksgerichtheid en problemen met schrijfmotoriek en spelling?
Hoe kan ik als leerkracht ondersteunen?  Wat kan ik als leerkracht concreet doen om het kind te helpen?

Prof. Hendrickx heeft in verschillende, uitgebreide artikels het fenomeen van de linksgerichtheid en de gevolgen ervan voor het denk- en leervermogen en het gedrag van het kind beschreven. (Voor de ‘ingewijden’: de laatste 2 artikels uit de reeks van “Hoogbegaafdheid” vind ik inhoudelijk zeer omvattend en goed leesbaar.) Gezien de complexiteit van de problematiek, is  het  volgens mij dus niet mogelijk om snel enkele huis-, tuin- en keukentips mee te geven.  Vandaar dat ik mijn antwoord over verschillende posts zal spreiden. Vandaag begin ik met de eerste vraag: “Wat betekent linksgerichtheid?” Meestal leg ik het als volgt uit aan ouders/leerkrachten:

Wanneer je aan 100 kinderen van het niveau 2e kleuterklas (dus kinderen die nog niet (veel) geconfronteerd zijn met het inoefenen van de lees- en schrijfrichting naar rechts), zou vragen om blokjes van klein naar groot te ordenen in een laterale richting (naar links of naar rechts), dan zouden we vaststellen dat de helft van kinderen (50) spontaan naar links zou werken en 50 anderen spontaan naar rechts. Wij noemen dit links- of rechtsgerichte of -denkende kinderen.  Wanneer een linksdenkend kind zich toewendt naar een opdrachtsituatie en vertrouwt op zijn/haar spontane beleving, ordent het de dingen naar links. Wanneer een opdracht naar links geordend is, begrijpt het linksdenkende kind de opdracht beter, kan het zijn aandacht beter en langer gericht houden, ziet het structuren enz… Elk van ons heeft dus zo zijn/haar voorkeuroriëntatie, die, zonder dat we ons daar bewust van zijn, van op de achtergrond, maar toch zeer fundamenteel, mee bepalend is voor de manier waarop we in het leven staan en warrop we de dingen die in ons leven plaatsgrijpen beleven en begrijpen (in het algemeen, maar ook zeer concreet de opdracht die ik nu moet uitvoeren (bvb deze rekenoefening)). 

Tot zo ver stelt er zich geen probleem. Wij leven echter in een culturele maatschappij die naar rechts georiënteerd is: lezen doen we naar rechts, een rekenveld wordt eveneens naar rechts gestructureerd. Ook de tijd wordt naar rechts gerepresenteerd: de toekomst ligt rechts op een tijdslijn, het verleden links. Voor de helft van de kinderen (en mensen) past dit mooi: de impliciete structuur en organisatie van onze gemeenschappelijke realiteit sluit gepast aan bij de oriëntatie van hun interne structurering, bij de wijze dat zij de dingen zien, beleven, begrijpen…

Voor de andere helft van de kinderen, de linksgerichte, passen de interne structuur (naar links) en de impliciete structuur van het schoolse denk- en leerveld (naar rechts) niet. Het linksdenkende kind wordt in onze schoolwereld gedwongen om naar rechts te leren denken. Afhankelijk van de graad van de linksgerichtheid (licht-matig-sterk), van de intelligentie van het kind, van de manier waarop de omgeving met dit gegeven omgaat (bvb prestatiedruk), kan dit conflict uitgroeien tot een zelfs existentieel probleem. 

Voor de duidelijkheid, ‘linksgericht zijn’ en ‘linkshandig zijn’ zijn geen synoniemen. We nemen aan dat er ongeveer 10% linkshandige mensen zijn en 90% rechtshandige mensen. Welnu, zoals vermeld, zijn er 50% linksgerichte en 50% rechtsgerichte mensen. Als we beide gegevens samenvoegen, dan komen we uit bij 40% van de populatie die rechtshandig zou zijn en toch linksgericht. Een grote familie waar ook ik deel van uitmaak.

In volgende posts zal ik ingaan op de concrete gevolgen voor het leer- en denkvermogen van het kind, hoe het kind dit conflict kan opvangen, welke oplossingsstrategieën het kan aanwenden, hoe je als ouders en als leerkracht best met dit conflict kan omgaan en je kind kan ondersteunen.

Comments

  1. Juf Inge
    December 1st, 2008 | 11:20 am

    Beste Philippe,

    Alvast bedankt voor dit antwoord. Een deel van mijn vraag is al beantwoord. Ik kijk al uit naar het vervolg.

    Mvg, juf Inge

  2. lize
    June 5th, 2009 | 9:48 pm

    hoi juf Inge ,
    ik wil even zeggen dat ik het van jouw
    een geweldig initiatief vindt.
    Zelf werd bij mij linksgerichtheid vastgesteld toen ik 8 was door prof. Hendericks. Spijtig genoeg heb ik geen ondersteuning gekregen in school enkel bij de kinesiste ( 3x de week ) de oefeningen daar hielpen wel heel erg en gebruik ik nu 8 jaar later nog steeds in het dagelijkse leven .
    alvast veel succes !

Leave a reply