Over het belang van pre- en postoperatief behandelen…
Fasciatherapie heeft enkele zeer belangrijke troeven om pre- en postoperatief te behandelen.
Mijn inziens wordt er vanuit het medische corps te weinig pre- en te laat postoperatieve behandeling voorgeschreven. Postoperatief start de behandeling klassiek pas wanneer de revalidatie aangevat kan worden: wanneer gewrichten opnieuw gemobiliseerd mogen worden, wanneer er spieren moeten versterkt worden of bijvoorbeeld wanneer er gangrevalidatie nodig is. Hier gaat kostbare tijd verloren. Onmiddellijk na de operatie kan de fasciatherapeut al belangrijke handelingen stellen waardoor het genezingsproces na de ingreep versneld wordt en de daarop volgende revalidatie in de meest optimale omstandigheden zou kunnen verlopen. Er dient dus niet gewacht te worden tot het lidmaat uit het gips is, tot er mag bewogen worden of tot de geopereerde zone belast mag worden.
Preoperatief wordt er nog minder behandeld. En toch kan een gerichte aanpak ook hier belangrijke effecten veroorzaken. Het is de bedoeling om het lichaam in de best mogelijke condities op de operatietafel te krijgen: het vrijmaken van fascia’s, vrijmaken van de grote bloedcirculatie, werken op microcirculatie bereiden de ‘consistentie’ van het lichaam voor… Daarnaast kan het optimaliseren van het bewegingspatroon, van het bewustzijn van de beweging ook het verdere revalidatieproces voorbereiden en de revalidatieperiode tot een minimum herleiden.
Laat me dit illustreren aan de hand van een praktisch voorbeeld. Het is gemakkelijk als je thuis je eigen didactisch materiaal hebt rondlopen kruipen.
In de blog ‘Over het belang van kruipen’ schreef ik dat we hoopten dat Michelle ‘echt’ zou kruipen voor 23 oktober. Die dag werd ze namelijk geopereerd aan haar linkervoetje: moeder natuur heeft haar ‘gezegend’ met 11 teentjes (en middenvoetbeentjes). Omdat haar linkervoet op termijn minstens 5 cm breder zou worden dan de rechter en bijgevolg het dragen van prinsessenschoenen in gedrang zou komen, hebben we beslist om de ‘reservestukken’ chirurgisch te laten verwijderen.
Na een nachtje observatie in het ziekenhuis, mocht onze kleine spruit naar huis met een onderbeengips voor 5 weken. (Het 2e teentje van links op de foto werd verwijderd, waardoor de ruimte tussen de 1e en 3e teen te groot zou kunnen blijven. Teen 1 en 3 werden met resorbeerbare draad aan mekaar gehecht en de voet werd gegipst opdat de voorvoet en de tenen in de juiste positie zouden blijven)(De foto’s vergroten door er op te klikken).
Onze vrees dat het gipsverband haar zou belemmeren in haar verdere motorische ontwikkeling en bij het in gebruik nemen van het kruippatroon bleek ongegrond. Integendeel, we dienden haar af te remmen: proberen recht te staan met een gegipst voetje op een gladde parketvloer zorgde al eens voor een onzachte landing.
In de eerste week na de operatie kwam Paul Sercu twee maal langs om Michelle te behandelen. Therapeut zijn van je eigen kind is niet makkelijk. Af en toe ik werk tussendoor wel met haar, maar dit blijft beperkt tot korte momentjes van maximaal 5 minuten. Het is fijn om voor dit meer fundamentele werk op je vrienden te kunnen rekenen. Dank daarvoor.
Van op afstand bekeken (we hebben er niet over gepraat), heeft Paul eerst gewerkt op de impact van de stress. Zowel de opname in het ziekenhuis in het algemeen (vreemde omgeving, vreemde mensen, verdoving, naalden…) als de concrete ingreep (incisie, pijn, gips,…) zijn stressoren die sporen nalaten op verschillende niveaus in het lichaam. Later zal ik het wel meer in detail hebben over de ‘resonantie van een schok’, maar (intense of repetitieve, fysische én psychische) stress brengt zowel zeer lokaal als globaal veranderingen in het lichaam teweeg: vasoconstrictie (de bloedvaten gaan ‘toe’, verstoring bloedvoorziening), samentrekken van de fascia, spanningsveranderingen in de spier, vermindering van de gevoeligheid (tot desensorialisatie), verstoring van ritmes, van het bewegingspatroon, hormonale veranderingen (stresshormoon) tot psychologische veranderingen (verlies van stabiliteit, vertrouwen bvb.)
Pulsologie, het ‘ontspannen’ van de bloedvaten (vasodilatatie), is een eerste belangrijke stap in de postoperatieve behandeling. Het herverdeelt de bloedvoorziening naar de geopereerde zone, waardoor de ‘materialen’ nodig voor littekenvorming en het genezingsproces
aangevoerd worden. Door de behandeling wordt de bloedvatwand zelf ook minder gespannen, waardoor het bloed er minder hard tegen slaat en het bloed met minder turbulentie stroomt. Dit heeft een belangrijk effect op het ontstekingsproces. Eerstdaags verschijnt de eerste wetenschappelijke publicatie van Nadine Quéré, een naaste medewerkster van Danis Bois, die doorgedreven onderzoek verricht binnen dit domein. Ik hou U op de hoogte.
Vervolgens maakte Paul heel zacht de fascia’s vrij, werkte hij op spiertonus, optimaliseerde het bewegingspatroon (ter hoogte van de romp en heup), integreerde daardoor het been in het lichaamsschema…
Na 5 weken werd het gipsverband verwijderd. Weer een moment om een ‘therapiestoot’ te geven. Nu we rechtstreeks op de voet konden aangrijpen, werd het mogelijk om, via de fascia van de huid, op het litteken zelf te werken. Voor prinsessen (van welke leeftijd ook) is het belangrijk dat het overblijvende litteken zo goed mogelijk geneest en zo weinig mogelijk zichtbaar blijft (ook al is het aan de voet). Nadien heeft Paul systematisch de fascia’s en de gewrichten van de voet en het onderbeen vrijgemaakt, alsook de lokale microcirculatie.
Dit was maar een voorbeeld van een postoperatieve begeleiding. Bij andere chirurgische ingrepen zal de concrete invulling iets anders zijn, maar de grote lijnen blijven wel dezelfde. Samen met het fysieke aspect (pulsologie, fascia’s,weefsel vrijmaken, litteken,…) kan de fasciatherapeut de impact van de stress van de operatie op de persoon (maar ook van de voorafgaande diagnose, of de verandering die dit alles meebrengt voor de levenssituatie) begeleiden.
Voilà, en nu snel naar schoenenwinkel achter de eerste muiltjes…







