Fasciatherapie bij Bechterew: een multifactoriële benadering

Sinds enkele weken heb ik een jonge vrouw in behandeling met de ‘ziekte van Bechterew’. Gezien ik de tijd die we samen doorbrengen zo efficiënt mogelijk wil doorbrengen (door te behandelen), heb ik onvoldoende tijd genomen om meer achtergrond te geven bij de behandeling. Ik had haar beloofd de achtergrond van de behandeling in grote lijnen op mijn blog te posten. Zodoende is het niet enkel interessant voor haar, maar kan deze tekst eventueel ook dienen voor andere therapeuten (om ideeën op te doen) en hun patiënten.

 Wat deze aandoening in detail inhoudt, vind je op veel andere plaatsen op het internet wel terug. Hier wil ik vooral een andere visie op de pathologie en de concrete ‘fasciatherapeutische’ aanpak in de praktijk beschrijven. Laat het er ons voorlopig bij houden dat de ziekte van Bechterew een reumatische aandoening is, die voornamelijk de gewrichten van de wervelkolom aantast. In bijna alle gevallen zijn er acute ontstekingsfazen, gevolgd door intermittente fazen van rust/herstel. Een ontstekingsfase heeft meestal structurele veranderingen van het gewricht tot gevolg, waardoor de mobiliteit van het gewricht telkens vermindert en de wervelkolom  verstijft.  De patiënt komt dan in een vicieuze cirkel terecht waarbij er door de voortdurend afnemende mobiliteit meer ontstekingen ontstaan, die op hun beurt de mobiliteit weer beperken.

De aandoening komt  in vele gradaties voor, en dankzij de vooruitgang op gebied van behandeling (oa anti TNF medicatie), komt de extreme eindfase, waarbij de hele wervelkolom gebogen en vastgeroest is, tegenwoordig minder voor. Bij mijn patiënte is de diagnose pas kortelings gesteld. Er is gelukkig nog geen verstijving van de wervelkolom.

Binnen de fasciatherapie kan deze aandoening gecatalogeerd worden onder de ‘aandoening van het terrein’. Hiermee bedoelen we dat er zich in de meeste gevallen een ‘terrein’, een voedingsbodem voorbereidt op de achtergrond en voordat de eerste ontstekingen de kop opsteken. Gedurende deze ‘incubatieperiode’ geraakt het lichaam van de persoon meer en meer uit evenwicht, waarbij vnl. de 4 ‘grote systemen’ ontregeld worden: het neuro-vegetatieve systeem (heeft o.m. te maken met vitaliteit en reactie op stress), het neuro-endocriene systeem (hormoonhuishouding), het neuro-vasculaire systeem (regeling van de bloedvoorziening, zie deze post) en het immunitaire systeem (afweersysteem). 

Wanneer die voedingsbodem getriggerd wordt door 1 of andere uitlokkende factor ontstaat een ziektebeeld. De trigger kan van allerlei aard zijn, zo zag ik in de praktijk al een vrouw die bij verandering van anticonceptiepil plots gewrichtsontstekingen ontwikkelde (hormonaal), bij een andere was het een banale ontsteking waar het lichaam plots geen antwoord meer op had en die uitgroeide tot een veralgemeend probleem (immunitair), bij een derde een te intense distress…

Het is bijgevolg belangrijk dat we ons in de behandeling niet enkel richten naar het ‘oplossen’ van de symptomen, maar dat we eveneens rekening houden met de achtergrond van de pathologie, met het proces waarlangs de ziekte zich geïnstalleerd heeft in het lichaam. Vanaf de eerste behandelingen werkt de fasciatherapeut dus, naast de symptomatische handgrepen, onder meer op de vitaliteit van de patiënt. Hij veroorzaakt effecten in het lichaam van de patiënt die regenerend zijn, die zorgen voor een toestand van algemene, diepe, herstellende rust. Zo kan de patiënt bijvoorbeeld voelen dat er zich tijdens de behandeling een intense warmte van binnenuit verspreidt in heel het lichaam (neuro-vegetatief en neuro-vasculair). Dit is meer dan een momentopname, het reguleert de werking van de grote systemen, zodat de effecten ook blijven doorwerken wanneer de patiënt van de tafel stapt.

In het geval van mijn Bechterew -patiënte bestaat mijn interventie uit 3 op mekaar aansluitende luiken:

1. Symptomatisch valt er veel te doen: spierspanning van de rugspieren verminderen, mobiliteit van de wervels verzekeren, periost van de ribben vrijmaken , rib-wervelgewricht vrijmaken, sacro-iliacaal gewricht, de beweging van de wervels coördineren, de bloedvoorziening bevorderen,  ontstekingsremmend werken, een hele boterham…

2. Naast deze lokale effecten, tracht ik ook globale effecten te veroorzaken, zoals hierboven beschreven, om de natuurlijke, fysiologische  werking van de grote systemen te bevorderen.

3. Bewegen in heel belangrijk doch delicaat voor Bechterew-patienten: enerzijds moet er veel bewogen worden om niet op te stijven, anderzijds kan bewegen ontstekingsreacties uitlokken. Het komt er dus op aan om ‘gepast’, ‘op maat’ te bewegen: de juiste bewegingsketting (fysiologische bewegingen), met de juiste coördinatie (geen onder/overbelasting),  met minimale spierinspanning (evenwicht tussen stabilisatie en beweging), aan de juiste traagheid (de beweging gaat nooit over haar grenzen, kan op elk ogenblik gestopt worden,…). De bewegingstherapie is dus curatief en preventief tegelijk.

Vorige week vond ik deze filmpjes (druk op de link) van de bewegingstherapie van onze methode terug op het internet.Ze zijn veel professioneler dan mijn voorgaande pogingen. De bovenste reeks bewegingen in zit zijn letterlijk het onderwerp van de eerste bewegingsessies bij mijn Bechterew-patiënte. Voor de ‘insiders’, je hoort de zwoele stem van Christian Courraud, de verantwoordelijke van de Fasciatherapie-Somatologie school van Parijs, maar daarover volgende week meer…

Comments

  1. Katrien De Wachter
    January 4th, 2009 | 12:19 pm

    Interessant Philippe, merci voor de duidelijke, gestructureerde uitleg altijd. Ik stuur jouw posts regelmatig door, er zijn patiënten en artsen die er veel aan hebben!

Leave a reply