Kritische Begeleidingsrelatie

Ik verwijs bijna dagelijks patiënten door naar collega’s ontwikkelingsbegeleiders. Niet enkel omdat al de agenda’s in onze groepspraktijk uit hun voegen barsten, vaak ook omdat er bij die mensen met een hulpvraag een goede begeleider in de buurt woont en er, gezien de meeste kinderen minstens 2 maal per week een half uur komen oefenen en dit gemiddeld 1 jaar lang, ook rekening dient gehouden te worden met praktische omstandigheden. 

Soms krijg ik nadien feedback van de ouders over het verloop van de begeleiding. Ik ben, in die enkele gevallen, steeds ontgoocheld indien er geen aansluiting gevonden werd bij een kind en ik te horen krijg dat het kind niet graag naar de begeleiding ging. 

Om te weten te komen waarom een kind per definitie graag naar de begeleiding zou moeten gaan en wat het betekent indien dit niet het geval is, kan je hieronder verder lezen…. 

Het al dan niet slagen van een interventie met de principes van de ‘Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx’ staat of valt met de specifieke relatie tussen de begeleider en het kind. Prof. Hendrickx heeft dit de ‘Kritische begeleidingsrelatie’ gedoopt. 

Het basisbeginsel van de methode is dat we als begeleider aansluiting moeten vinden bij dat wat het kind nu al kan, weet, begrijpt en emotioneel aankan. Ons vertrekpunt is dus steeds wat het kind al kan en nauw aansluitend daarop wordt een nieuwe opdracht gegeven. Elke vraag die we aan het kind stellen moet voor het kind doenbaar, begrijpbaar en betekenisvol zijn. Het kind beleeft de opdracht dan als haalbaar, als een uitdaging en zal intrinsiek (van binnenuit en niet door een extrinsieke beloning) gemotiveerd zijn. 

Volgens dit principe werken, schept een speciale band tussen het kind en de begeleider: het kind vertrouwt 100% op de begeleider, want het weet dat elke vraag die het voorgeschoteld zal krijgen, voor hem haalbaar zal zijn. Het is meer dan een ‘weten’ het is een vorm van fundamenteel vertrouwen…

Daarmee valt ook veel druk weg: op school, en soms ook thuis wanneer mama en papa oneindig moeten oefenen om het kind toch maar te laten aansluiten bij het klasniveau, staat het kind onder druk om te presteren, om te dat te doen en te oefenen wat het nog niet kan. Voortdurend geconfronteerd worden met opdrachten die te moeilijk zijn of waar te veel of te snel informatie gevraagd wordt, ondermijnt het zelfvertrouwen en het zelfbeeld van het kind. Wanneer de druk op school of thuis groter wordt dan het kind aankan, ontstaan bij het intelligente en gevoelige kind vaak situaties waar het zich afkeert en niet meer wil oefenen of net het omgekeerde gaat doen van wat er gevraagd wordt. Later zal ik zeker terugkomen op deze fenomenen van negatieve controle en antigedrag. Wanneer ouders dan een sessie bijwonen, staan ze verstomd als ze vaststellen dat hun kind in de begeleiding wel volgt en wel wil meewerken. 

Een ander belangrijk principe is dat je als begeleider steeds moet vertrekken en geïnteresseerd zijn in de persoonlijke leefwereld van het kind. Zelf vind ik dit 1 van mijn sterke punten. Het kost me geen moeite om me in te leven in de belevingswereld van een 3-jarige kleuter, noch in die van een 6-jarig meisje of een puberende kerel. Ik switch vlot van Bumba, Mega Mindy of voetbal over naar een gesprek over de ambetante wiskundeleraar, het eerste lief of kernfysica (hm…)    Veel van de kinderen die ik begeleid, zien me niet als een kinesitherapeut of leraar of wat dan ook, maar wel als vriend. Wanneer ik uitgenodigd word op het zoveelste verjaardagfeestje weet ik dat ik in mijn opzet geslaagd ben. Onlangs vroeg Ken me wanneer ik eens bij hem thuis zou komen logeren en spelen, een andere vroeg me wat ik later zou willen worden als ik groot zou zijn… Met sommige kinderen ontstaat een zeer persoonlijke band. Zo neem ik af en toe iemand mee naar de voetbal, ga ik eens tennissen of zwemmen. Zo kwam Hannah vorige week tijdens de kerstvakantie aan zee zwemmen.

Doordat er op een specifieke manier naar het kind geluisterd wordt, doordat het steeds uitgedaagd wordt om zijn grenzen te verleggen  en doordat het kind gerespecteerd wordt in wie en in wat hij is (en niet zou moeten zijn), komen de kinderen per definitie graag naar de begeleiding. 

Natuurlijk weet ik ook wel dat niet elk kind elke keer opnieuw met even veel enthousiasme in de wagen springt om naar het kabinet van de begeleider te rijden. Het is normaal dat, wanneer het kind wordt weggeplukt van een verjaardagsfeestje of net een spannende passage in een boek aan het lezen was of in wereld 8 van Supermario monsters na een lang gevecht eindelijk klein krijgt, het tegenstribbelt. Maar tussen dat en telkens opnieuw een gevecht te moeten aangaan om het kind naar de begeleiding te krijgen, ligt een wereld van verschil.

Wanneer dat toch gebeurt, betekent dit voor mij steeds dat de therapeut het kind niet op het juiste niveau aanspreekt. Dit kan om verschillende redenen: 

1 Het kind vindt de oefeningen saai en heeft het gevoel dat het zelf niets mag doen dan passief op de tafel te liggen of vindt dat het telkens dezelfde oefeningen voorgeschoteld krijgt (“Weer die ellendige blokjes!”). Het is duidelijk dat in dit geval het kind onvoldoende uitgedaagd wordt. Spijtig genoeg vervalt de begeleider in routine, in vaste patronen en gaat hij onvoldoende creatief om met zijn oefenmateriaal om, in interactie met het kind, het op dat ogenblik uit te dagen en verder te brengen dan waar het staat. Het kind heeft gelijk, zo een begeleiding is saai (het kind heeft trouwens altijd gelijk!)

2 de oefeningen zijn systematisch te moeilijk: het kind voelt zich niet begrepen, het beleeft hetzelfde frustrerende gevecht als op school of thuis. De pedagogische kloof tussen wat het kind kan en wat het gevraagd wordt is te groot. Doordat het kind niet het gevoel heeft dat het geholpen wordt, ziet het de zin van de begeleiding niet in en haakt het af. 

Ook de ouders dragen verantwoordelijkheid. Wanneer het kind aanvoelt dat de ouders de aanpak van de begeleider of het nut van de begeleiding in vraag stellen, kan het dit uitspelen om niet meer naar de begeleiding te moeten gaan. En neem van mij aan dat er kinderen zijn die nu net specialist zijn om dit aan te voelen en uit te spelen. Op dat ogenblik heeft de begeleider geen schijn van een kans om die ‘Kritische relatie’ uit te bouwen.

In de 3 gevallen raad ik ouders en begeleider aan om samen rond te tafel te zitten, om de begeleiding te (her)evalueren en samen naar oplossingen te zoeken. Een voor de hand liggende oplossing bestaat er in om samen naar Prof. Hendrickx te gaan voor een doorgedreven probleemanalyse, die de knelpunten in de begeleiding van dat kind haast steeds blootlegt.

Het is evident dat het vertrouwen van het kind winnen soms wat tijd vraagt en dat de begeleider op dat ogenblik respijt moet krijgen. Maar dan ook kan dit best overlegd en gecommuniceerd worden met de ouders.

 

Comments

  1. Marijke
    January 19th, 2009 | 11:59 am

    ik ben blij volgende uitspraak hier te horen “het kind heeft altijd gelijk” Als je inderdaad een juiste vertrouwensrelatie (maw je hebt niet een houding van ik weet beter wat goed is voor jou, maar je ziet het kind als gelijkwaardig, je legt de verantwoordelijkheid bij het kind op zijn niveau )hebt met het kind dan geeft het kind zelf aan waar voor hem/haar het probleem ligt en als je goed weet te luisteren geeft het ook aan wat voor hem de oplossing is…. maar op een of andere manier wordt het geblokkeerd door iets of iemand (vaak een emotionele geladenheid dat het niet weet te kaderen) om dit naar buiten te brengen. En dat is dan de taak van de begeleider… samen met het kind die oplossing helpen verwoorden naar buiten toe… het gewoon verwoorden van wat je het kind ziet doen… het gewoon verwoorden van wat de jongeren zegt en vragen of het dat is wat werd bedoeld….. kunnen heel heilzaam zijn…. (het zelfde mechanisme is hanteerbaar zowel in manuele als verbale therapien)
    Bij studiebegeleidingen zie je vaak het omgekeerde… jij gaat jou studiemethode over brengen naar het kind toe ipv eerst te gaan kijken naar hoe denkt dit kind… welk soort van fouten maakt het kind en van daaruit verder te werken…… maar deze weg kost meer arbeid voor de begeleider, maar is op lange termijn veel effectiever….

Leave a reply