Fasciatherapie bij dieren

Hoewel heel het concept van de ‘Fasciatherapie MDB’ uitgewerkt is bij de mens, ken ik enkele collega-therapeuten die regelmatig dieren behandelen. Zo heeft mijn collega-lesgeefster Isabel met succes een paard onder handen genomen, waardoor de eigenares van dat paard, verrast door het resultaat van de behandeling, zich prompt voor de opleiding wilde inschrijven. Een gelijkaardig verhaal bracht een studente diergeneeskunde naar onze opleiding (de opleiding is gereserveerd voor medisch en paramedisch geschoolden).

Je kan het zien als een ‘spin-off’ van de methode, net als mijn werk bij autistische kinderen. De methode is niet gegroeid met of ontwikkeld voor deze toepassingen, maar toch kunnen haar instrumenten er zeer efficiënt bij zijn. 

Wil je meer lezen en ‘zien’ over fasciatherapie bij dieren, druk dan op ‘lees meer’.

Zeker het voor het meer ‘structurele-symptomatische’ aspect van de methode is dit niet verwonderlijk: het lichaam van een dier bestaat net als dat van een mens uit botten, spieren, ligamenten, bloedvaten, zenuwcellen, enz… De technieken van de manuele fasciatherapie zouden dus naadloos moeten kunnen toegepast worden op dieren.

Zelf had ik tot voor kort geen enkele ervaring op dit vlak. Maar nu Guust, mijn ouwe trouwe golden retriever, begint af te takelen, probeer ik hem dagelijks kort te behandelen. 11,5 jaren hyperkinetisch gedrag, gekoppeld aan minstens 10kg overgewicht hebben er voor gezorgd dat zijn heupgewrichten ‘versleten’ zijn (artrose). Sedert enkele maanden kon hij al minder ver wandelen en werd traplopen trapstrompelen ook steeds moeilijker, maar de voorbije weken, met de vrieskou in zijn oude knoken, kon hij nog amper rechtstaan.

Hierbij enkele beelden van de behandeling:

 

Diegenen die vertrouwd zijn met de manuele technieken van de fasciatherapie, zullen (h)erkennen dat dit werk niet wezenlijk verschilt van de behandeling van de ‘mens’. De manuele fasciatherapie MDB bestaat uit een beweging, een actieve fase, en een steunpunt, een ‘stop’ tijdens de beweging.  Door aan een specifieke traagheid en met een specifieke druk te bewegen, brengt de therapeut het weefsel op rek. Tijdens het steunpunt krijgt het weefsel de tijd om te reageren. Op dat moment ontstaat een ware dialoog tussen de weerstand, veroorzaakt door de hand van de therapeut, en de beweging/vitaliteit van de patiënt. Eén van de mogelijke reacties op een steunpunt is een smeltpunt, waarbij het weefsel ontspant. In een volgend bewegingstraject zal de therapeut dan verder kunnen bewegen (groter amplitudo). Zo heeft hij op een systematische wijze invloed op spierspanningen, gewrichtsblokkades enz… Net wat Guust nodig heeft…

Ter verduidelijking, ik ben niet van plan om een ‘dierenpraktijk’ op te starten. Gelieve dus niet te bellen als Uw kip mankt. ;-) 

No comments yet. Be the first.

Leave a reply