Symposium Manuele Therapie: ‘Fasciatherapie bij baby’s’
Zoals in een vorig bericht aangekondigd, heb ik vorige week gesproken over “Fasciatherapie bij baby’s” op een internationaal symposium “Manuele therapie bij het jonge kind”, georganiseerd door de Provinciale Hogeschool Limburg. Hoewel zo een lezing veel voorbereiding vraagt en de nodige portie stress met zich meebrengt, ben ik blij dat ik mijn ervaring heb kunnen delen met collega’s. Ik hoop dat ze er iets aan gehad hebben. Ik wacht in spanning de resultaten van de evaluatie af.
Er waren 120 kinesitherapeuten, manueel therapeuten en osteopaten aanwezig. Het symposium zelf was tot in de puntjes georganiseerd: mooie locatie, goede logistiek, lekker eten, goede ondersteuning van de sprekers… Ik dank de organisatie nogmaals voor de uitnodiging.
Ik heb zelf ook een manuele therapie achtergrond: onmiddellijk na mijn kine-studies in Leuven, heb ik aan de VUB een opleiding manuele therapie gevolgd. Ik was dus benieuwd naar het horen van de andere sprekers, voornamelijk om te kijken hoe de manuele therapie geëvolueerd is sinds die tijd.
Wat me vooral opviel als contrast met onze manier van werken, was het “louter structurele, mechanische” aspect van de voorgestelde behandelingen. Het lichaam van het jonge kind wordt gezien als iets dat “recht” moet gezet worden, zonder dat er op enig ogenblik rekening gehouden wordt met wie er in het lichaam huist. De therapeut weet wat recht is en gaat met externe kracht het kind manipuleren of mobiliseren naar die rechte positie toe. Bij high velocity-technieken gebeurt de manipulatie zodanig snel dat het lichaam van de patiënt geen tijd krijgt om vast te stellen wat er gebeurt, laat staan om te reageren. De therapeut gaat met een externe kracht door elke weerstand, maakt zo de wervel vrij en zet het kind ‘recht’.
Wat wij voorstellen bij het behandelen van baby’s en jonge kinderen is heel anders: de fasciatherapeut werkt in één handeling tegelijk op structuur (het weefsel, vb een gewricht), op functie (de beweging van dat gewricht), op fysiologie (vb doorbloeding) en op de beleving van het kind (de persoon).
Na de “lees meer” verdere info over het behandelen van de structuur en functie. In een volgende bijdrage zal ik het hebben over de fysiologie en de beleving. (Read the article)





